Wat Wenen, Mozart en muziek ons leren over samenspel, talent en samenwerking op de werkvloer.
Afgelopen weekend met een groep vrienden naar Wenen. De stad van Mozart, Haydn en Beethoven. Vrijdagavond gingen we er naar de opera: Die Entführung aus dem Serail van Mozart. De “Wiener Staatsoper” is een beleving op zich, in de stad die al eeuwen muziek ademt.
Dat zit zo: Wenen was het centrum van de machtige Habsburgse dynastie. En daarin speelde muziek een grote rol. Want rijkdom en macht kan je uiten met paleizen en tuinen, maar ook met je eigen componist en je eigen orkest. Dat was een statussymbool, want dat kost natuurlijk een vermogen. Het signaal daarvan was: kijk eens wat wij ons kunnen veroorloven.
Die aantrekkingskracht werkte. Componisten uit alle windstreken trokken naar Wenen, waar het hof, rijke opdrachtgevers, theaters en een enthousiast publiek hun kansen boden. Zo werd Wenen de hoofdstad van de klassieke muziek. Mozart, Haydn en Beethoven vormen (al dan niet samen met Schubert) de Eerste Weense School. Later volgde er nog een tweede Weense School, met Schönberg, Berg en Webern.
Deze beroemde componisten trokken natuurlijk nog veel meer componisten en musici aan. Muzikaal talent kwam er samen. Maar talent alleen maakt nog geen muziek. Goed samenspel ontstaat niet vanzelf. Dus tijdens de opera lette ik vooral op het samenspel tussen orkest en zangers. Prachtig hoe het orkest de ruimte gaf aan de stemmen die (uitaard zonder microfoons) boven dat orkest uitkwamen en volledig verstaanbaar hun partijen zongen, voor de zaal met bijna 2000 zit- en staanplaatsen.
Luisteren, afstemmen en ruimte geven aan een ander, en zo samen een verhaal vertellen, met ieder een eigen rol, maar nooit los van de rest. Het is uiteindelijk niet heel anders dan samenspel in de organisaties waar ik spreek over samenwerking. De vraag is niet alleen wie er in je team zitten, maar ook hoe je samen klinkt.


